zaterdag 26 maart 2016

Het kruis en de eieren

Afgelopen vrijdag was het goede vrijdag. Zoals ik wel eens gemeld heb, kwam ik als kind niet uit de Christelijke hoek en waarom er een vrijdag was die Goede vrijdag heette..... Ik zat op een openbare school dus we waren ook niet vrij. Een dag dus die ongemerkt voorbij ging.
Later op het Katholieke Zwijsen College hoorde ik pas waarom deze vrijdag zo goed was. Jezus stierf die dag aan het kruis voor onze zonden. 'Dat was voor hem dan niet zo een goede dag' was mijn weerwoord.
Pas veel later leerde ik dat Jezus als mensgeworden Zoon van God, allang wist dat dit zijn einde zou worden. Dat het zelfs de bedoeling was. Adam, de man van het paradijs, had de boel verpest door van de appel te eten en gaf vanaf dat moment zijn onvolmaaktheid door aan de hele mensheid. Jezus kwam dat rechtzetten. 
Hij zwichtte niet voor verleidingen, stierf een volmaakte doch ellendige dood en dat alles om de mensheid een nieuwe kans te geven op een dag weer volmaakt te zijn, in een nieuw paradijs. Die kans is waarom Goede vrijdag, Goede vrijdag heet. Nog steeds vind ik het wel wat egocentrisch van de Christelijke kerk om deze dag Goed te noemen. Tenslotte was het vooral goed voor ons, niet voor Jezus (daar blijf ik bij). Misschien had men het beter 'De dag van het Offer' kunnen noemen ofzo. 
Dan volgt pasen. Toen de godsdienstleraar vroeg wat dan gevierd wordt, stak ik (als enige) mijn vinger op en vertelde dat dat om de uittocht van de Joden uit Egypte ging. Hij vond het knap dat ik dat wist, maar nee... het ging om de opstanding van Jezus. Ah, het verhaal had dus een vervolg. Zo ongeveer rond mijn veertiende had ik het plaatje wel compleet. Jezus was gekruisigd, in zijn graf gelegd en weer opgestaan en dat vieren wij. Met eieren eten. Huh? 
Ik had ergens weer iets niet begrepen dacht ik, maar de eieren bleken inderdaad een samengevoegd geheel te zijn. Eieren als teken van de vruchtbare nieuwe lente, versierd en al, waren uit voorchristelijke tijden. Zoals zoveel gebruiken die 'heidens' waren werden ze ingevoegd in het paasfeest, iedereen tevreden. Bij ons komen daar natuurlijk ook de matzes bij, met roomboter en bruine suiker. 
Waar wil ik heen met dit relaas? Ach, het zijn maar wat overdenkingen en ik wil vooral iedereen een heel fijn pasen wensen. Hoe je het ook viert, of je het wel viert, waar je het ook viert. Ik wens iedereen mooie dingen en lente en hee... daar rent een paashaas!.....

zondag 8 november 2015

Geweten en Venijn

Grenzen dicht! We Islamiseren in rap tempo volgens iemand op Twitter. En bij een virtuele aai over zijn bol van mijn kant, met de troostrijke woorden dat dat best heel ontzettend erg meevalt, gaf hij me mee dat ik onder een steen leef. Dat zal wel een roze steen zijn dan.

Wat me stoort is dat er vaak, als een soort excuus, verwezen wordt naar de 'nou eenmaal zijnde, andere cultuur' van binnenkomende vluchtelingen. Moslims dus. En wij zijn nu eenmaal een lief land dat als fundament Christelijk/Joodse normen en waarden heeft. Oh, ik dacht altijd dat daar mededogen in thuishoorde. God liefhebben als eerste en dan uw naaste gelijk uzelf. Dus of we houden niet van onszelf, of ....

Een sprookje... en zoek de overeenkomsten: 

Er was eens een woeste planeet met gassen, water en getijden. Aardbevingen deden bergen en land oprijzen uit de wateren en warmte en erosie maakten het gesteente fijn en vruchtbaar. Op een dag verschenen er tweebenige wezens, een man en een vrouw genaamd Mens en Adem Van Leven. Hun Vader die door sommigen God wordt genoemd, had de woeste planeet voor hen omgevormd tot een paradijs, genaamd Tuin van Eden om van te genieten. Mens en Adem van Leven mochten deze tuin beheren en eigenlijk alles doen wat zij wilden. behalve... van die ene boom de vruchten eten. 
Zoals gezegd leefden zij in eenvoudige overvloed, zij hoefden niet hongerig te staren naar de vruchten van de boom. De boom zijn naam was Geweten en zijn vruchten waren die van Vriendelijkheid, Eerlijkheid, Mededogen, Tevredenheid, Moed en bovenal, Liefde. 
Op een dag kwam er een ander wezen op bezoek in de tuin, zijn naam was Venijn. Hij vertelde Mens en Adem van Leven dat ze best van Geweten zijn vruchten mochten eten. Zij waren tenslotte de baas en alles was van hen. Zeg nou zelf, straks at een ander het voor hun neus op. Ze werden voor de gek gehouden!

Mens en Adem van Leven twijfelden en hoe meer zij twijfelden hoe minder zij de overvloed om zich heen zagen. Zij zagen alleen nog maar de boom die Geweten heet en de vruchten werden obsessief aantrekkelijk om te eten. Venijn drong nog wat harder aan en Twijfel werd Overtuiging. Het kon inderdaad geen zinnige reden hebben dat zij niet van deze vruchten mochten eten. Het was pure onderdrukking. Zij aten van Geweten want het was hun goed recht te consumeren. Zodra zij hun tanden in Geweten zetten verloren zij zichzelf.

Mens en Adem van Leven hadden verloren, veel meer dan ze dachten. Het was niet de boom, het waren niet de vruchten, ze hadden verloren van zichzelf. En tot op de dag van vandaag zijn zij gedoemd de wrange vruchten te eten van de boom die nu Angst heet. Zijn vruchten zijn Ontevredenheid, Jaloezie, Lafheid, Eigenliefde, Hardheid en de ergste van alles, Hebzucht. Genoeg is niet genoeg, en een ander gunnen wat jij hebt, of nog sterker, een ander gunnen wat jij ook niet hebt. dat kunnen nog maar weinigen. 
Maar ergens herinneren we ons Geweten. Daarom deden ook Ja-Maar en Rechtpraten wat krom is hun intrede. Er zijn ook mensen die proberen een nieuwe boom te planten en tot hen dat lukt leven we nog lang en in verdeeldheid verder.... Einde

donderdag 22 oktober 2015

De herberg is nog steeds vol

Vluchtelingen. Het onderwerp is niet van de tv te branden. Hoeveel het er zijn, waar ze zijn, waar ze heen gaan en vooral, waar men ze niet wil hebben. Het is standaard geworden dat er ergens mensen, want dat zijn vluchtelingen, opgevangen moeten worden en een deel van de Nederlandse bevolking te hoop loopt om te protesteren. Gesteund door mensen die helemaal niet uit dat dorp of die stad komen, maar gewoon 'mee komen helpen'.

Net als de afgevaardigde van de PVV die in Veghel waar geen PVV is, komt inspreken op de raadsvergadering over de eventuele opvang van vluchtelingen. "Kom in verzet", zei deze meneer met klem. Niemand luisterde. Gelukkig. "Luister naar uw inwoners", raadde hij aan. Luisteren heeft een nieuwe betekenis in het vluchtelingenvraagstuk. Luisteren doe je alleen naar degenen die 'nee' roepen.

Het laatste droevige voorbeeld was Steenbergen. De enige die vóór de komst van vluchtelingen was in de vergadering over de komst van een AZC, werd het spreken onmogelijk gemaakt. Zij werd uitgejoeld en uitgescholden door dezelfde mensen die hun vrees uitspraken over geweld van de zijde van de asielzoekers. Er heerste een grimmige sfeer en een deel van de schreeuwers kwam ook hier van buiten de gemeente. Het woord asielzoeker heeft ondertussen een negatieve betekenis gekregen, net als allochtoon.

Verzet is ook zo een woord dat opeens een tegengestelde betekenis krijgt. Verzet tegen de komst van vluchtelingen. Verzet dat geuit wordt in woorden, geschreeuw, stenen gooien en schelden. Was verzet ooit niet iets dat men deed om mensen te redden? Redden van degenen die op hen joegen? Iets waarvan we op 4 en 5 mei zeggen: opdat wij niet vergeten? Ik zal het wel verkeerd begrijpen allemaal.

Natuurlijk kunnen sommige dingen anders. Waren de gemeenten allemaal hun verplichting nagekomen de afgelopen jaren, om statushouders te huisvesten, dan hadden we nu geen opvangprobleem, aldus het COA. Dan was er plaats genoeg in de herberg die AZC heet. Er zou nu geen onrust zijn, en de vluchtelingen zouden niet heen en weer gesleept worden. Helaas het is niet zo.

Vluchtelingen. Ze gaan dood als ze thuis blijven. Ze gaan onderweg soms dood en sommige mensen wensen hen dood. Net als de Farizeeërs kijkt een deel van de mensheid toe zonder enig mededogen. Als Pontius Pilatus wast men zijn handen in onschuld, want het is niet ons probleem. Ja, dat ze hier komen, dat is een probleem.

De schreeuwende meute is iets waar ik banger voor ben dan voor de Syrische vluchtelingen. Want kennelijk ontlenen deze schreeuwers een bepaalde status aan hun gedrag. Ze zijn helden! Ze zijn het verzet! Als dit het nieuwe Nederland is begin ik zelf te denken aan vluchten, maar waarheen? De herbergen zijn nog steeds overal vol.


vrijdag 2 oktober 2015

Onze krijgerkater is niet meer

Gizmo is niet meer. Onze sterke geweldige kater overleed op ongeveer 21-jarige leeftijd. Het was maar een kat? Nee echt niet. Gizmo was veel meer. Hij had karakter, gerafelde oren, hij was de baas en de ratten- en muizenvanger van de hele buurt. Dat hij ook wel eens met een vis in zijn bek thuiskwam, uit de vijver van de andere hoek werd getolereerd. 'De volgende keer geef ik hem een hengeltje', zei de buurman olijk, terwijl hij ons een foto overhandigde van onze vissende kat.
Gizmo kwam vanuit het asiel bij ons wonen. Toen nog een jonge snaak van ongeveer vier jaar. Zwart/wit en met grote oren, vandaar zijn naam. De Gremlins waren toen, 1998, nogal in. Als nel bleek dat Gizmo een echte buitenkat was en hij ontwikkelde zich snel tot een grote sterke kater die ontzag afdwong. Katten die hij niet mocht werden zonder pardon de tuin uitgemept en een hond ging hij ook niet uit de weg als het moest. Zijn gerafelde oren getuigden van de vele vechtpartijen, die hij meestal won.
Zijn vrienden koos hij met zorg. Andere katten, die soms mee naar huis kwamen om bij ons te spelen en ook de honden die wij opeenvolgend hadden waren zijn vriendjes. Wel nadat hij duidelijk had gemaakt wie de baas was in huis. Hij dus. Schikte de hond zich daarin dan was alles goed en ging Gizmo ook mee bij het uitlaten. Ook wij hadden de eer tot zijn vriendenkring te behoren. In de winter, als hij dik was plus dik in zijn vacht zat, was hij formidabel. Lekker op de bank of op schoot en wilde je dan opstaan dan zette hij genoeglijk zijn nagel in je been. Gizmo mocht dat. Ik bleef wel zitten. 
Hij wachtte me op als ik van mijn werk kwam en rende naast de fiets mee naar huis. Toen ik mijn been had gekneusd ging hij precies naast de gekneusde plek liggen en gaf likjes en in de
tijd dat ik geen partner had, sliep Gizmo naast me, zijn pootjes om mijn arm. Hij was de liefste en de stoerste. Hij was 'The Boss' en wij als gezin, zijn gewillige dienaren. We kregen het al benauwd bij de gedachte dat hij ooit zou sterven. Toch kwam deze dag natuurlijk. Op 24 september belde mijn zoon dat het niet goed ging. De week ervoor had ik al gemerkt dat Gizmo apart aanhankelijk was, zijn kop op mijn hand legde en steeds trager liep met zijn mager geworden lijf. Mijn man en ik reden snel naar huis waar mijn zoon Gizmo al op een kussen in de wasmand had gelegd met een handdoek over hem heen. De dierenarts was gebeld, dus we reden meteen door. Gizmo was stervende bevestigde zij. Een krijger tot op het laatst. 
Gizmo's dood wordt niet, zoals de dood van de kat van meneer Wilders, over het hele internet getwitterd, al is hij niet minder belangrijk. Hij is ook niet met veel tamtam begraven op het dierenkerkhof dat Midas Dekkers onlangs opende. Gizmo is wel liefdevol begraven in onze achtertuin, naast de seringenboom. Hij was lid van ons gezin en we hielden van hem en missen hem ontzettend. Toen mijn man laatst op de tuinbank zat, kwam een klein muisje tevoorschijn. Gizmo ving ze al een tijdje niet meer, maar zij zijn waarschijnlijk de enigen die niet rouwen om zijn dood.

dinsdag 22 september 2015

Blauwe autootjes niet gewenst

Vandaag waren manlief en ik in Geldrop om op de kleinkids te passen. Een bijzonder leuke bezigheid. We hoorden al van dochter en schoonzoon dat er 's nachts een auto in brand was gestoken in de straat. Schijnt daar ieder jaar rond deze tijd te gebeuren. Een soort periodieke pyromaan. Ergens in de ochtend kwam de politie aan de deur om te vragen of we iets hadden gezien. Nee wij niet.

We stapten met de kinderen de deur uit om boodschappen te gaan doen, net toen het arme uitgebrande autootje werd opgehaald. De achterkant was nog mooi glanzend blauw, de voorkant totaal uitgebrand. "Hij is kapot", zei onze kleindochter van twee. "Papa moet er een pleister op plakken."

Ik vroeg me af of de pyromaan ieder jaar een bepaalde kleur auto's afbrandde en het nu op blauwe had voorzien. Mijn fantasie sloeg enigszins op hol. Ik zag het helemaal voor me hoe allerlei blauwe auto's het slachtoffer werden. Hun eigenaars kregen het helemaal benauwd. Massaal probeerden ze hun kostbare blauwe auto's te redden. Het gevolg was een tsunami van deze blauwe auto's die Geldrop uitstroomden en zich groepsgewijs over de regio verspreiden. Alles om maar te ontkomen aan het vernietigende vuur van de pyromaan.

In bijvoorbeeld Nuenen, of Eindhoven, waren ze hier niet blij mee. De blauwe auto's namen parkeerplaatsen in beslag die toch al schaars zijn. En als er lege plekken waren, moesten die bewaard blijven voor de toekomstige auto's die nog te verwachten waren. Eigen auto's wel te verstaan. Wat als zoon- of dochterlief het rijbewijs haalt en dan geen plek zou hebben voor de extra auto? Eigen auto's eerst! En stel je voor, als de blauwen hier komen komt de pyromaan misschien ook.

Actiecomité's werden opgericht tegen de komst van de blauwe Geldropse auto's. Mensen barricadeerden lege parkeerplaatsen en vragen werden gesteld in de gemeenteraad. 'Laten ze het probleem zelf maar oplossen. Pak die pyromaan maar op', zei men. 'Het is niet ons probleem'. En zo trok de colonne blauwe auto's rond. op zoek naar een plek om uit te rusten. Een enkeling streek over zijn hart en opende zijn garage voor de blauwen. Benzine raakte soms op onderweg en langs de wegen vond men gestrande en verlaten blauwe auto's. Overal ongewenst.

Gelukkig is het maar fantasie.


woensdag 2 september 2015

Menselijk of niet.... Arm kleintje

Ik heb het geprobeerd niet te zien. De foto van dat kleine jongetje. Dood op de kust. Net aan de waterlijn. De kleine handjes. De zooltjes van die kleine schoentjes met daarin ongetwijfeld kleine lieve voetjes. Zijn natte donkere haartjes tegen zijn hoofdje geplakt. Hij ligt op zijn buikje daar. Dood. Verdronken. Drie jaar jong.

Ik kan er niets aan doen. De tranen stromen over mijn wangen. Hij doet me denken aan mijn kleinkinderen die in dezelfde leeftijd zijn. Gelukkig zijn zij veilig. Hij niet. Hij werd geboren in Syrië. Om hem en zijn broertje te laten overleven vluchtten zijn ouders. Hij stierf. Zijn broertje van vijf ook. Omdat ze in gammele vaak overbevolkte bootjes moesten vluchten. Omdat niemand ze hielp.

Juist omdat ik er niets aan kan doen probeer ik steeds om niet te kijken. Geen wegkijken, maar pijn vermijden. Maar wat is mijn pijn bij het kijken naar dit kind, vergeleken bij de pijn van hen die hem verloren. Vergeleken bij de pijn van zoveel mensen in vreselijke omstandigheden op de vlucht voor vreselijke dingen.

En wat is er aan de hand in Europa. Waarom moet er steeds 'spoedoverleg' worden gevoerd in Brussel, wat vervolgens niets oplevert. Waarom wordt er niet met spoed concreet iets gedaan. In IJsland heeft men door dat het om mensen gaat. In dat land met kleine bevolking wil men vluchtelingen in huis nemen, veel meer dan in verhouding is.

Ook hier zijn mensen die willen helpen maar hoe komen we door de bureaucratie. En altijd zijn er weer de groepen mensen die opstaan en roepen; nee! Wij zijn vol. Nederland voor de Nederlanders. Eigen volk eerst. Laat ze maar in hun eigen land blijven. Vervolgens komen er vaak de meest vreselijke opmerkingen los. Om misselijk van te worden.

Het gepingpong om aantallen, het schuiven van stoepje naar stoepje. Prikkeldraad aan de grenzen. En daar ligt hij dan. Dat kleine jongetje. Het beeld dat Europa moet veranderen wordt hij genoemd. Zal Europa veranderen? Ziet Europa hem als mens? Of als last. Is Europa wel menselijk eigenlijk. Of is dat juist het probleem.

Arm kleintje. Ik weet zeker dat er met mij velen zijn die voor en om jou huilen maar dat helpt jou niet meer. Lief kleintje. Rust, eindelijk in vrede.


woensdag 12 augustus 2015

Verzachtende omstandigheden bij ouder worden

Daar sta ik dan. Bij de Hema, nog niet aangekochte artikelen in de hand. Ik realiseer me dat wat ik in mijn handen heb wel aangeeft dat ik dus ouder wordt. Op zich prettig natuurlijk, maar toch. De eerste aankoop is een leesbrilletje. Och, dat hebben er wel meer en ik zit erg veel aan het beeldscherm, verexcuseer ik mezelf. Het tweede item is een corrigerend ondergoedje, voor onder de jurkjes die net te veel aftekenen naar mijn zin. De combinatie doet het hem. Ik besef; ik word ouder. En dikker. Het bewijs heb ik zelf bij elkaar geraapt.

Zo een ondergoedje kost ook nog eens acht euro. Extra triest dus. "Zullen we even in de koopjeskelder kijken?", vraag ik mijn ega. Dat werd namelijk omgeroepen, dat er een koopjeskelder is. We dalen af. Stenen trappen en inderdaad keldergeur. We kijken een beetje in het rond naar schattige sokjes die leuk zouden zijn voor de kleindochter en stoere kleine broekjes voor de kleinzoons. En dan zie ik het; Dezelfde corrigerende ondergoed-dingen maar dan in ongelooflijk felroze en voor de helft van de prijs. De kleur zie je toch niet, aangezien het dus onder je kleding zit, en voor iets wat ik toch al niet echt nodig wil hebben lijkt me dit een veel betere prijs.

Boven wordt snel het zwarte exemplaar terug gehangen. Bij de kassa gaat er nogmaals een euro van de prijs en samen met het brilletje ben ik even duur uit, als anders alleen het ondergoedje al gekost had. Kijk, dit verzacht de klap. Ik kan weer lachen en zwaaiend met mijn piepkleine tasje aankopen loop ik samen met ega de zon weer in.